De oorzaken

Er kunnen een aantal oorzaken zijn waardoor men het Gorlin syndroom kan krijgen. Hier worden een aantal voorbeelden benoemd.

Fout is het erfelijk materiaal.

Het Gorlin syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal van chromosoom 9. De plaats waar de fout zit wordt het PTCH1 genoemd. Inmiddels zijn ook twee andere fouten bekend die het Gorlin syndroom kunnen veroorzaken. Deze fouten worden PTCH2 genoemd, waarbij er een fout ligt op chromosoom 1 en het SUFU-gen, hierbij ligt er een fout op chromosoom 10. Of deze twee fouten ook helemaal dezelfde gevolgen hebben als het PTCH1 foutje is nog niet goed bekend.

Autosomaal dominant.

Het Gorlin syndroom erft op autosomaal dominante manier over. Dit houdt in dat een fout op één van de twee chromosomen 9 al voldoende is om dit syndroom te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessieve aandoening, waarbij mensen een fout moeten hebben op beide chromosomen 9 om de aandoening te krijgen.

Overgeërfd van een ouder.

Twee van de drie mensen met het Gorlin syndroom hebben het foutje in het erfelijk materiaal geërfd van een ouder die zelf dan ook het Gorlin syndroom heeft.

Bij het kind zelf ontstaan.

Bij één op de drie mensen is het foutje in het erfelijk materiaal bij het kind zelf ontstaan na de bevruchting van de eicel met de zaadcel.

Afwijkend eiwit.

Als gevolg van het foutje in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit het PTCH-eiwit niet goed aangemaakt. Dit eiwit is een zogenaamd slotje wat op allerlei eiwitten zit. Op dit slotje past een sleutel die de speciale naam Sonic Hedghog heeft gekregen. Het PTCH-eiwit spelt een belangrijke rol bij de aanleg van de hersenen en bij de celdeling. Wanneer de sleutel niet in het slot zit, worden nieuwe cellen aangemaakt en wanneer de sleutel wel in het slot zit dan wordt de aanmaak van nieuwe cellen gestopt.Bij mensen met het Gorlin syndroom is het slot kapot, doordat het PTCH-eiwit mist. Alle cellen staan dus op de stand van delen. Wanneer cellen te veel delen kan er kanker ontstaan. Ook speelt het eiwit een belangrijke rol bij de aanleg van de hersenen. Op het juiste tijdstip moeten cellen worden aangemaakt en op een ander tijdstip moet hiermee gestopt worden. Dit gebeurt dus ook niet goed bij mensen met dit syndroom. Daardoor krijgen ze te veel hersencellen en daarmee een te groot hoofd. De hersencelen zijn echter te snel en niet met de juiste verbindingen aangelegd, waardoor de hersenen anders functioneren dan bij mensen zonder dit syndroom.

Verschillende fouten.

Allerlei verschillende fouten kunnen zorgen voor het ontstaan van het Gorlin syndroom. Sommige mensen missen een stukje van het erfelijk materiaal van het PTCH1-gen, anderen messen het hele gen. Mensen die het hele gen missen hebben meestal meer problemen dan mensen die een deel van het gen missen. Wanneer ze dit hele gen missen wordt ook wel gesproken van het 9q22.3 microdeletiesyndroom.

Second hit.

waarschijnlijk is het hebben van een foutje in het PTCH1-gen niet voldoende om een tumor te krijgen en ontstaat er pas een tumor wanneer op het tweede chromosoom 9 ook een fout ontstaat in het PTCH1-gen. Dit tweede foutje wordt de second hit genoemd, de Engelse term voor tweede fout. Niet bij iedereen zal een second hit ontstaan, daarom krijgen niet alle mensen met het Gorlin syndroom kanker. Het is nog niet heel erg duidelijk waardoor een second hit ontstaat.